energiesystemen zijn systemen die je van energie voorzien tijdens het sporten. er zijn verschillende systemen voor verschillende inspanningen van fosfaatsysteem tot zuurstofsysteem.
fosfaatsysteem
ATP, de brandstof voor onze spieren wordt aangemaakt door drie verschillende energiesystemen. Het ATP-CP systeem (creatinefosfaat), het anaeroob lactische systeem en het aëroob, oxidatieve systeem. Tijdens inspanning zijn alle drie de energiesystemen actief. De hoeveelheid energie (ATP) die door het betreffende energiesysteem geleverd wordt, verschilt echter. Dit is onder andere afhankelijk van van de intensiteit, de duur van de inspanning en het spiervezeltype dat aangespannen wordt.

melkzuursysteem
Voordat glucose of glycogeen (opgeslagen vorm van glucose in spier en levercellen) energie kunnen leveren, moeten ze eerst worden afgebroken tot glucose-6 fosfaat. … Dit systeem is in staat om langer energie te leveren dan het fosfatensysteem (ATP-CP systeem).

zuurstofsysteem (earobe)
Bij lichte inspanning bereikt het systeem na ongeveer 45 seconden zijn maximum. Na ongeveer twee minuten is het systeem uitgeput. De naam melkzuursysteem komt van de bij dit systeem gevormde melkzuur. Dit is een restproduct van een verbrandingsproces zonder (voldoende) zuurstof.

koolhydraaten omzetten in energie:
Koolhydraten bestaan uit de moleculen koolstof, waterstof en zuurstof. Koolhydraten zijn voor het lichaam het makkelijkst vrij te maken voor energievoorziening. Er worden drie typen koolhydraten onderscheiden: mono-, di- en polysachariden. Monosachariden zijn de kleinste koolhydraten en daardoor het makkelijkst om te zetten in ATP. Er zijn diverse monosachariden waarvan glucose de belangrijkste en bekendste is. Glucose komt ook voor in het bloed. Daarmee is er altijd direct inzetbare brandstof aanwezig.

Metin Samadov